
In zijn boek ‘Kleine geschiedenis van Amsterdam’ (p.359) schrijft de journalist en "historicus" Geert Mak over de schietpartij:
‘Zelfs op 7 mei, twee dagen na de capitulatie, richtten dronken Duitse mariniers een bloedbad aan onder de feestvierende menigte op de Dam, al schietend vanuit de Grote Club’.
Dit is niet juist. Overigens had Duitsland geen korps Mariniers, maar dit terzijde. Hieronder de ware feiten over die dramatische dag.
Inleiding:
Op 4 mei 1945 krijgt prins Bernhard in Beekbergen, namens generaal Montgomery, van de Canadese generaal Foulkes strikte orders dat zijn Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten geen wapens mogen dragen en dat alléén de geallieerden de Duitse troepen mogen ontwapenen. Desondanks trekt de BS in Amsterdam zich niets van deze strikte orders aan en gaat toch gewapend de straat op om Duitse soldaten te ontwapenen (klik HIER voor meer bijzonderheden over de orders).

Reconstructie
1) Op 7 mei 1945 is Amsterdam nog niet bevrijd door de Canadezen. De Duitse commandant heeft de stad weliswaar al overgedragen aan het verzet, maar de Duitse troepen vallen buiten deze order. Zij moeten wachten op de Canadezen aan wie ze zich met hun wapens moeten overgeven.
2) Op de Dam is die dag een bevrijdingsfeest aan de gang dat vanaf het dak van de Grote Club wordt gadegeslagen door een aantal Duitsers van de Kriegsmarine.

3) Later die middag worden twee Duitse soldaten op de hoek van de Paleisstraat-Spuistraat door gewapende leden van de BS aangehouden. Zij sommeren hen - in strijd met de instructies – hun pistolen over te dragen. Eén voldoet aan het bevel, maar de ander weigert. Na een korte woordenwisseling schiet de BS'er de Duitser neer. Tegelijkertijd wordt op de N.Z. Voorburgwal een auto van de Wehrmacht door de BS beschoten.

4) De Duitsers op het dak van de Grote Club, die het allemaal aanschouwd hebben, grijpen hun geweren en schieten in de richting van de BS’ers.
(Na afloop van de schietpartij zal Oberleutnant Claasen van de Kriegsmarine verklaren dat hij en zijn mannen van mening waren dat ze door de BS werden aanvallen. Dit komt overeen met een schriftelijke ooggetuigenverklaring van een Amsterdammer aan dr. L. de Jong in 1968. Volgens de getuige werd na het eerste schot door de BS in de Paleisstraat door een tweetal BS'ers, die achter een draaiorgel stonden, meteen in de richting van de Duitse matrozen geschoten. Letterlijk schrijft hij: 'De BS'ers achter het draaiorgel schoten naar het balkon, schuin boven hun hoofden. Het duurde niet lang of de partijen waren in gevecht'.)
5) Vanaf de hoek Nieuwendijk-Dam en Rokin-Dam wordt nu door de BS gericht met Stenguns op de Grote Club geschoten, waarop de Duitsers een MG-machinegeweer in stelling brengen en hiermee terugschieten.

In paniek vlucht de menigte alle kanten op. Door rondvliegende kogels en mensen die onder de voet worden gelopen vallen veel slachtoffers.

6) Wanneer een overvalwagen van de Grüne Polizei vanaf het Rokin komt aanrijden om de rust te herstellen, opent de BS het vuur en vallen er Duitse slachtoffers.
7) BS-commandant C.F. Overhoff slaat meteen alarm bij Wehrmachtcommandant dr. Schröder en krijgt Hauptmann Bergmann van de Feldgendarmerie mee om de orde te herstellen en het vuren te doen beëindigen (kort daarvoor waren er al door de BS vanaf het dak van het Koninklijk Paleis twee bazookagranaten op de Duitsers in de Grote Club afgevuurd).

8) Na de schietpartij liggen er 19 dode en 117 gewonde slachtoffers op de Dam. Het merendeel van de gewonden blijkt onder de voet zijn gelopen. Aan Duitse kant zijn in de Grote Club 1 dode en 2 zwaar gewonden gevallen. Voor zover bekend is 1 BS'er om het leven gekomen.
9) Op 9 mei 1945 geven de Duitsers zich over aan de Canadezen en leveren hun wapens in, waarna ze als krijgsgevangenen worden weggevoerd.
Opmerking
Op 7 mei 1945 arriveerde een kleine Engelse verkenningseenheid, maar die reed zich op het Rokin vast in de menigte. Daarop verlieten ze weer Amsterdam om verslag te doen aan de Canadese troepen. Deze trokken pas de volgende dag rond 08:30 uur over de Berlagebrug Amsterdam binnen en arriveerden rond 09:30 uur op de Dam. Daar waren ze bepaald niet te spreken over de schietincidenten. De commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten werd er aan herinnerd dat het verboden was dat zijn mannen gewapend over straat liepen. Voorts werd er door de Canadezen aangekondigd dat ze op een ieder zou schieten die zich gewapend op straat vertoonde, of zelfs maar een schiethouding zou aannemen.

Op 9 mei 1945 om 07:00 uur volgde ook pas de overgave van de Duitse matrozen in de Grote Club.

Overigens heeft geen van de Duitsers ooit terecht gestaan omdat men van oordeel was dat het hele incident te wijten was aan een misverstand tussen de Binnenlandse Strijdkrachten en de Kriegsmarine.


Conclusie
Indien de Binnenlandse Strijdkrachten zich aan hun strikte instructies zouden hebben gehouden door geen wapens te dragen en de overgave en ontwapening van de Duitse militairen aan de Canadezen over te laten (en zeker geen Duitse soldaat neer te schieten) dan zou veel leed bespaard zijn gebleven.
Gerard